Woord en Daad

Tot op het bot

Reis Somaliland

Geplaatst door Edwin Visser, medewerker W&D op 13 oktober 2011

Terug naar het overzicht

Op mijn laatste dag in Somaliland bezoek ik het ziekenhuis. Daar is een speciale afdeling, het zogenaamde Stabilisatiecentrum.

Hier worden ondervoede kinderen met complicaties behandeld. Zij zijn zo ziek en uitgehongerd dat opname in het ziekenhuis noodzakelijk is.

Zaynab is hoofdverpleegkundige en is graag bereid ons rond te leiden. Op dit moment zijn negen kinderen opgenomen. Twee van hen zijn eergisteren aangekomen. De anderen zijn er al bijna een week. Een kind is al ruim een maand in het Stabilisatiecentrum en is nog steeds erg ziek. Normaal gesproken duurt het een week tot tien dagen voordat een kind weer naar huis mag. Het wordt dan automatisch ingeschreven in het voedseldistributieprogramma van de partnerorganisatie, zodat het wel wekelijks voldoende eten blijft krijgen om verder aan te sterken.

Een rondje langs de bedden is confronterend. De kinderen liggen onder doeken om de vliegen bij ze vandaan te houden. Als Zaynab de doeken weghaalt zie ik compleet uitgeteerde kinderen. Hun vel hangt gerimpeld langs hun lichaam en op hun borst staan alle ribben uitgetekend. Grote holle ogen in broodmagere gezichten kijken me aan.

Een van de kinderen is Mohamed Ahmed. Hij is 14 maanden oud en weegt nog maar 4,8 kilo. Zijn oma zit naast het bed. Ze vertelt dat Mohameds ouders een paar dagen na zijn geboorte zijn gescheiden. Geen van beide ouders wilde voor hem zorgen en dus heeft zij zich over hem ontfermd. Mohamed is sterk vermagerd en heeft ook TBC gekregen, waar hij nog steeds last van heeft. Sinds zes dagen zijn ze nu in het Stabilisatiecentrum. Hier krijgt Mohamed speciale melk en medicijnen om aan te sterken. Het gaat iets beter met hem, vertelt Zaynab. Hij is 300 gram aangekomen en geeft niet meer over, zoals in het begin. Ze heeft goede hoop dat Mohamed er bovenop komt. Als ik hem zie liggen, is dat moeilijk voor te stellen. Maar Zaynab verzekert me dat de meeste kinderen uiteindelijk gezond naar huis gaan.

Ook de andere kinderen in het Stabilisatiecentrum zijn er erg aan toe. En toch... zij hebben het gered om op tijd in het ziekenhuis aan te komen. Anderen hebben het ziekenhuis nooit bereikt. Voor de kinderen die ik hier zie liggen is de kans dat ze het wel overleven groot. De partner organisatie voorziet het ziekenhuis van voedsel en medicijnen. Ook worden de dokter en verpleegsters voortdurend getraind en begeleid in hun werk.

De moeders die met hun kinderen meekomen krijgen in het ziekenhuis goede voorlichting over hoe ze het beste voor hun kind kunnen zorgen. Veel moeders denken dat borstvoeding niet goed is voor hun kind. Oude tradities spelen hier een rol - die zeggen dat het beter is om poedermelk of suikerwater te geven. In het ziekenhuis wordt de moeders uitgelegd hoe belangrijk het is borstvoeding te geven. Veel moeders beginnen er dan toch aan.

Voor deze kinderen is er goede hoop op een betere toekomst. Ook op alle andere plekken waar de partner organisatie voedsel uitdeelt en medische zorg biedt, is er hoop gekomen. Lange tijd wist bijna niemand iets van de schrijnende omstandigheden. Ik heb in deze week veel mensen gesproken die oprecht dankbaar waren dat er nu eindelijk aandacht is voor hen.

Morgen vlieg ik weer terug naar Nederland. Dat betekent overstappen in een totaal andere wereld. Zo anders dan Somaliland dat het haast onmogelijk is een verbinding te leggen. Maar dankzij de noodhulpactie van Woord en Daad in Nederland is dit programma in Somaliland mogelijk geworden. Dan zijn de lijntje opeens toch heel kort. En is er wel degelijk een verbinding.

Getuige zijn van armoede confronteert. Het zien van hongerlijdende kinderen went nooit. Aan mijn vingertoppen voel ik nog de ribben aan het uitgeteerde lichaam van de kleine Mohamed Ahmed. En dat wil ik graag zo houden... om er altijd van bewust te zijn dat armoede echt tot op het bot gaat.

Het bezoek aan Somaliland inspireert ook. Doordat ik heb gezien dat hulp werkt. Het heft mensen op uit situaties van wanhoop. En het geeft ze perspectief op een beter bestaan, waarin extreme armoede en wanhoop plaatsmaken voor menselijke waardigheid en toekomstperspectief.